Interieurstijlen

Je interieur mag luxe zijn, maar niet meer opzichtig

· 6 min leestijd

Heb je het al gezien? De gouden balzaal die Donald Trump liet bouwen in het Witte Huis is overal besproken, en interieurontwerpers wijzen er nu zelf naar als het tegenbeeld van waar ze in 2026 vanaf willen. Niet nog meer goud, nog meer glans, nog meer "kijk eens wat ik kan betalen". Dezeen vroeg in januari 2026 een rij gevierde ontwerpers naar hun voorspelling voor het jaar, en het antwoord was opvallend eenduidend: luxe mag blijven, opzichtigheid niet.

Van statement-stukken naar stilte

Tokyo-architect Keiji Ashizawa zegt tegen Dezeen dat 2025 draaide om ruimtes met een "wow-effect", maar dat de beweging nu verschuift naar interieurs die simpelweg prettig zijn om in te leven. Hij noemt het geen terugkeer naar kaal minimalisme, maar een bewustere keuze over wat de moeite waard is om te behouden. "De meest memorabele interieurs zijn niet per se die met de sterkste statements," zegt hij.

Smita Thomas, oprichter van het Bengaluru-studio Multitude of Sins, vat het samen als "gedisciplineerde, intelligente terughoudendheid die de warmte van maximalisme leent, maar de overdaad schrapt". Milanees studio Dimore Studio, vorig najaar uitgeroepen tot interieurontwerper van het jaar bij de Dezeen Awards, noemt het "bewuste reductie": "Decoratie verdwijnt niet, maar wordt geïnternaliseerd en verfijnd."

Chrome verslaat koper als metaalaccent

Een concrete voorspelling die opvalt: Londens ontwerper Andreas Christodoulou van House of Dré verwacht dat chroom dit jaar messing inhaalt als favoriete metaalaccent. Hij relativeert de hele discussie rond Trumps verbouwing trouwens zelf: "Er was mooi design voor Trump, en er zal mooi design na hem zijn." Toch is het tekenend dat juist de reactie op uiterlijk vertoon nu de toon zet voor wat als smaakvol geldt.

Deze verschuiving sluit aan bij wat we eerder al zagen bij de opmars van travertijn als lampmateriaal: natuursteen en gepatineerd metaal winnen het van gladde, opzichtige oppervlakken.

De materialen die deze stijl dragen

Londens ontwerper Benni Allan van EBBA voorspelt interieurs die "stilletjes expressief" zijn: ruimtes die kalm, tactiel en persoonlijk aanvoelen, met materialen die gekozen worden om hun betekenis en levensduur, niet om hun prijs. Claire Sá van De Rosee Sa adviseert om materialen in hun "meest zuivere vorm" te houden en patina te laten ontstaan in plaats van het te verbergen.

Concreet betekent dit donker hout, verouderd metaal, getextureerde steen en kalkpleister in plaats van hoogglans lak of verchroomd plastic dat nieuw moet blijven lijken. Hoe meer een materiaal zijn eigen geschiedenis mag tonen, hoe beter het past bij deze stijl.

Dit is geen minimalisme in vermomming

Het verschil met klassiek minimalisme zit in de warmte. Waar minimalisme vaak alles wegstript tot het hoogst noodzakelijke, houdt deze stijl de laagjes en de persoonlijkheid, maar snoeit hij de overdaad weg. Amber Pan en Michelle Song van Studio ŪMA noemen het een "meer doordachte gelaagdheid", een verschuiving die volgens hen "iets genuanceerder is dan een omslag naar minimalisme".

Dat maakt het ook een logisch vervolg op trends die je misschien al kent, zoals Japandi, dat dit jaar zelf warmer en persoonlijker werd, of Organic Luxe, dat rust combineert met rijke materialen. Wie al voelde dat strak wit niet meer werkte maar pure overdaad ook niet, zit met deze stijl precies goed.

Ook duurzaamheid wordt onderdeel van luxe

Een tweede draad in de voorspellingen van Dezeen gaat over hoe lang een materiaal meegaat, niet alleen over hoe het eruitziet. Londens ontwerper Louis Hagen Hall van Studio Hagen Hall roept vakgenoten op om bij elke keuze na te denken over de hele levenscyclus van een project, en materialen te kiezen die lang meegaan of hergebruikt kunnen worden in plaats van afwerkingen die alleen voor het moment mooi zijn.

De Finse ontwerper Joanna Laajisto gaat nog een stap verder: haar werk draait inmiddels om bestaande structuren en herwonnen materialen, als reactie op de klimaatcrisis. Ze wijst erop dat de bouwsector verantwoordelijk is voor 35 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot, al ziet ze dat besef nog niet terug in de grote trends van het moment. Londens ontwerper Tola Ojuolape voegt daar een ander perspectief aan toe: ze benadrukt de vrijheid om je eigen verhaal te bepalen in je interieur, in plaats van een trend blind te volgen, en een groeiende verantwoordelijkheid om daarbij verder te kijken dan je eigen omgeving.

Zo pas je het toe zonder dat je kamer saai wordt

Begin bij de materialen in plaats van bij de kleuren. Vervang één opvallend chromen of koperen accent, een lamp, een kraan, deurklinken, voor iets met een natuurlijke textuur: gepatineerd metaal, ruw hout, een kalkpleister wand. Kies daarna één object met een verhaal, een vintage vondst, een handgemaakt stuk, in plaats van drie decoratieve items die alleen maar vullen.

Los Angeles-ontwerper Kelly Wearstler raadt aan net buiten de interieurwereld te zoeken naar inspiratie, en voorspelt palet­ten die "net iets uit balans" aanvoelen: gerookte pasteltinten en minerale tonen met één verzadigde, net iets te opvallende kleur ertussen. Dat is precies het verschil tussen ingetogen en saai: niet alles hoeft rustig te zijn, zolang de rest van de ruimte de ruimte daarvoor geeft. Vergeet trouwens niet dat dit ook een kans is om verder te kijken dan de diepe kleuren die dit jaar al je interieur domineerden, en ze juist te combineren met deze rustigere materialen.

M
Geschreven door Mathieu Lefèvre Architectuur & Design Criticus

Mathieu groeide tweetalig op in Brussel en haalt uit die culturele dualiteit een uniek perspectief op Belgisch design, dat volgens hem het beste van Franse elegantie en Nederlandse nuchterheid combineert. Hij studeerde architectuur aan de ULB en werkte daarna als architectuurcriticus bij een Franstalig Belgisch cultuurmagazine voordat hij de overstap maakte naar Nederlandstalige media. Zijn artikelen over luxe interieur en architectuur zijn doordacht en goed onderbouwd, met verwijzingen naar designgeschiedenis die context geven aan hedendaagse trends. Hij heeft een reputatie als eerlijke criticus die niet bang is om een gevierd designmerk af te kraken als de kwaliteit de prijs niet rechtvaardigt. Zijn droomproject is een boek over honderd jaar Belgische interieurarchitectuur, een project waar hij al vijf jaar onderzoek voor doet.